Het moet ergens midden jaren tachtig geweest zijn, op een half beschimmeld zolderkamertje aan de Vrijdagmarkt in Antwerpen, dat ik door mijn toenmalig lief, ondergedompeld werd in de wondere wereld van muzikale virtuositeit en bizarre grensverleggers. In dat kamertje vol olieverf, klei, sigaretten en weinig slaap was het alsof Wassily Kandinsky op muziek weerklonk. Bijwijlen niet te begrijpen, volstrekt krankzinnig en een heus verrijkend en ver rijkend muzikaal palet werd er aangeboord. 

Het overheersende klankbord midden jaren tachtig oorde bij wijlen in mijn herinnering vrij eentonig, zeker in de meer populaire muziek (punk, rock, wave, reggae). Maar in de duistere kroegen reeds vroeg in de jaren zestig waren figuren als Ornette Coleman (luister naar Kaleidoscope) en Sun Ra ijverig aan hun waanzin begonnen. Een waanzin die nimmer zou ophouden. Op dat kleine zolderkamertje hoorde ik voor het eerst Tom Waits zijn baanbrekende trilogie Swordfishtrombones – Rain Dogs – Franks Wild Years met de virtuose kapriolen van ene Marc Ribot. Heerlijk toch hoe er steevast mensen opstaan om stevig tegen de eentonigheid en de twaalf in een dozijn mentaliteit in te gaan. Nog iets vroeger dan Tom Waits en de zijnen, stonden The Lounge Lizards op, met ene Arto Lindsay op gitaar, die de hele Jazz-scene wakker schudde en op haar grondvesten deed daveren. Als een heuse wake-up call verscheen in 1981 op prima vinyl The Lounge Lizards van diezelfde Lounge Lizards (luister toch naar Conquest of Rar). Zij mixten de energie en de branie van de punkscene samen met de vrijheid van de jazz en hielpen op hun manier een deel van de jazzscene overleven.

Akkoord ik geef toe, ik sla hier en daar wat over, ga bij wijlen fel door de bocht, maar waar het om gaat is dat je oren en ogen open blijven en je jezelf niet vastpint op het oh zo voorspelbare. Waar heeft hij het toch over, waar gaat het heen, waarom begint die gast hier over Marc Ribot en Arto Lindsay? Wel, ik heb hen laatst ontmoet op een vreemde plek. Ik heb ondertussen reeds veel concerten meegmaakt bij Jef en Gerlinde. Getroffen door schoonheid, geraakt door die fragiele tragiek, maar wat ik op zondag 19 november laatstleden hoorde was van een andere orde. Dat was groots in alle facetten. En daar kwam ik Marc en Arto dus tegen in de hoedanigheid van Kameel! Dit trio blaasde iedere aanwezige volledig van hun sokken. Ik ben al een week op zoek naar hun cd die er nog niet is, ik wil die dan maar zelf uitbrengen, DIY-gewijs, maar kan het niet. Ik wil in de toekomst reizen om als eerste hun vinyl uitgave te kopen en zoals het voor het tijdperk van de CD gebruikelijk was die dan volledig grijs te draaien over en over tot er krassen op verschijnen. Och kom, wees ondergetekende genadig en beloof toch dat jullie de slotdag van Gent Jazz openen. Afsluiten mag ook, dat zou ook wel passen, eerlijk gezegd zou dat nog beter zijn om met een moker van jewelste met jullie laatste noot Gent Jazz editie 2018 te eindigen. 

Kom, heren Kameel, doe het voor mij.
Wikipedia zegt mij dat Jazz oorspronkelijk “zeer energieke dans” betekende. Wikipedia weet mij eveneens te zeggen dat Kameel (weliswaar zonder hoofdletter, maar bon) uit het Arabisch komt en “sierlijk beest” wil zeggen. Heren Kameel, beste Patrick, Hans en Geert, geef toe kan het nog beter klinken dan: SIERLIJKE BEESTEN OP EEN ZEER ENERGIEKE DANS ?

Uw dienaar,
MVC